Email: info@stichtingmaestro.nl | Telefoon: 06-28 67 28 11

Zang en beweging, dat is heel gaaf!

Interview met muziekdocent/koordirigent Emilie La Haye

Stichting Maestro zoekt al een tijdje naar een manier om amateurkoordirigenten te helpen bij beweging tijdens koorrepetities. Want zangers die bewegen, kunnen een betere muzikale uitvoering geven, blijkt vaak. Emilie La Haye voerde voor Maestro een onderzoek uit naar het gebruik van beweging tijdens het zingen, en hoe dat kan bijdragen aan een muzikale kooruitvoering.

Elisabeth Smulders

Beweging draagt bij aan een goede lichaamshouding, aan lichaamsbewustzijn, aan verschillende muzikale aspecten als ritme en intonatie, zangtechniek, (muzikale) expressie, de groepsband tussen de koorleden, en een beter algemeen begrip van muziek. Beweging is heel belangrijk dus.

Wanneer je het hen vraagt, geven amateurkoordirigenten wel aan dat ze meer bezig zouden willen zijn met beweging. Toch passen ze het nog lang niet altijd toe; ze weten namelijk niet hoe. Daarom was Maestro blij toen Emilie La Haye met een onderzoeksvoorstel kwam. La Haye vroeg zich af op welke manieren het gebruik van beweging tijdens het zingen kan bijdragen aan de muzikale uitvoering van een koor.

Verlengstuk van je stem
La Haye heeft een enorme passie voor muziek, theater, dans en beeldende kunst, en ontwikkelde zich in al deze stromingen van kind af aan. In de inleiding op haar afstudeeronderzoek schrijft ze: ‘Doordat ik me deze disciplines langzaam eigen kon maken heb ik een goede basis ontwikkeld en ben ik in staat om een connectie te maken tussen de verschillende disciplines´.

Ze vertelt: “De verbinding van verschillende disciplines was vanzelfsprekend. Als kind heb ik altijd gedanst, wilde ik ook actrice worden, en toen ging ik richting de musical omdat je daar drie disciplines hebt. Uiteindelijk heb ik dan wel gekozen voor muziek, maar voor mij was het nooit alleen muziek.”
Gaandeweg merkte Emilie wat haar eigen inspiratiebron is bij het muziek maken, of beter gezegd bij het zingen, bij haar eigen ‘instrument’ haar stem, namelijk: beweging. “Zang en beweging, dat is heel gaaf! En het groepsaspect maakt het veel interessanter, dus zo kwam ik uit bij koren.”

Je lijf, zo redeneert La Haye, is verlengstuk van je stem; je hele lichaam vormt je instrument. Bovendien kun je muzikale aspecten, zang, notenschrift, ritmes en melodieën aan beweging koppelen. Ofwel: je externaliseert muzikale aspecten door het inzetten van je lichaam. En ook al worden koren normaal gesproken muzikaal prima geleid, er kan meer uitgehaald worden als koordirigenten zelf in staat zijn om beweging en lichaam bewust in te zetten tijdens de repetitie. In het beste geval kan zo de beweging ontstaan vanuit de zang, waarmee het een verlengstuk wordt van de muziek.

De Deense methodologie Vocal Leadership bleek voor La Haye heel inspirerend omdat deze steeds zoekt naar nieuwe manieren om koorleden bij een muzikale uitvoering te betrekken. Niet toevallig is beweging een van de drie uitgangspunten van Vocal Leadership, naast improvisatie en roulerend leiderschap, ofwel de verantwoordelijkheid vanuit de zangers, waarbij de dirigent niet boven het koor staat, maar een onderdeel is van het geheel.
La Haye: “Daar wordt niet verwacht dat je stilstaat als je zingt. Natuurlijk is een goede houding belangrijk, maar bij Vocal Leadership word je juist gestimuleerd om muziek eigenlijk fysiek te benaderen.”

Ook de methode Voice & Physique van Panda van Proosdij, een danser die werkt met muziek, bleek een belangrijke bron van ideeën voor La Haye: “Focus is een van de drie aspecten waar zij uit put, samen met energie en concentratie; die koppelt zij aan beweging. De dingen die zij doet en de oefeningen die zij gebruikt heb ik gezien als voorwaarde om goed te bewegen, om je lichaam goed te gebruiken en je lichaam als instrument in te zetten.“

Eigenlijk zou je dus kunnen zeggen dat ze beide zang en beweging gebruiken maar dat het uitgangspunt verschilt: Voice & Physique gaat uit van het lichaam (La Haye: “Ik noem het zelf: de voorwaarden om goed te zingen”) en Vocal Leadership vertaalt muziek naar het lichaam.

Hoe je dan die beweging onderdeel van muziek maakt, zodat ze elkaar uiteindelijk kunnen versterken, werkte Emilie uit in oefeningen die je met je koorzangers kunt doen. Ze doet er één voor door een ritme te spreken en daarbij de puls te klappen, en vervolgens andersom en zegt dan: “Ik zeg niet dat je die body percussie op het podium moet gaan doen, maar het is wel óefening, net zoals je toonladders speelt – training, om je lichaam in staat te laten zijn óm te kunnen bewegen.” Zodat je er uiteindelijk niet meer over na hoeft te denken en het normaal is geworden.

Elke repetitie
La Haye benadrukt dat haar methode niet over podiumpresentatie gaat, ze heeft het naslagwerk gemaakt ter bevordering van de zang en van muzikale aspecten. “Als je het over podiumpresentatie hebt, komen er heel andere aspecten bij, dan heb je het over koorregie, choreografie, beweging die de vorm interessanter kan maken.” Van Proosdij noemt dat choir-eography. En dat is een vak apart, vindt La Haye. “Op het podium moet je naar het publiek toe, en dat heb je in een repetitie niet, want daar heb je elkáár, daar focus je niet op publiek want dat is er niet.”
Maar wel vindt ze die constante aandacht voor bewegen belangrijk, en in die zin beschrijft haar onderzoek dus wat vooraf moet gaan aan podiumpresentatie: “Als je er niet elke week wat tijd aan besteedt, moet je ook niet verwachten dat de zangers straks op het podium wél iets kunnen.”

Moet je dan als dirigent zelf niet ook bewegen, als onderdeel van de groep?
“Ik vind van niet, het gaat erom dat zíj bewegen, het gaat niet om mij!
Ik geloof erin dat ik ze train zodat zíj op het podium kunnen staan. Als je goed hebt gerepeteerd dan kunnen ze daar zelf staan, en als je dan hen ook die muzikale verantwoordelijkheid geeft, dan gáán ze daar staan, verschuilen ze zich niet achter jou. Ze hóéven niet naar jou te kijken.
En dan nog, ik kan ook aan de zijkant staan en dan nog steeds connectie houden, ze zien mijn hand nog.

Beweging is natuurlijk wel iets dat je ziet. Als je nou een valse noot zingt, dat kan één van de 40 zangers zijn. Dat is bij beweging anders; het is heel spannend om jezelf te laten gaan. En dan is er nog het groepsverband en de groepsdynamiek, en dat is ongemakkelijk, dan gaan mensen zich anders gedragen, anders reageren. Naar dat bewegingsperspectief gáán, dat kost tijd. Dat het normaal wordt, dat dat heel gênante wegebt. Letterlijk als in: jaren, maar ook echt tijd, als: een investering; al doe je het maar 5, 10 minuten bij de warming up. Je begint je repetitie tóch met het opwarmen van je stem, dus dan kun je net zo goed iets met je lijf doen. Zeker wat oudere zangers, die bewegen niet meer. Die doen dat al jaren niet meer.”

Muzikale verantwoordelijkheid
Ze vindt dat er vanuit onze koorcultuur teveel aandacht wordt besteed aan: ´wat staat hier nou´.
“Misschien heb je koren die van blad lezen, misschien kunnen ze het ook vrij goed, maar het zorgt er wel voor dat ze hun focus híérop leggen (ze wijst op een denkbeeldige partituur), en dan staat die dirigent daar, níémand kijkt naar die dirigent, er is geen connectie; dat zijn allemaal dingen die ik bijvoorbeeld wég wil doen. Ik ben de laatste tijd ook heel veel bezig met onderzoeken wat er gebeurt als je dat vrij laat. Dus dan geef ik als opdracht: ´We zingen dit nummer en gaan uit van de melodie. Probeer eens een andere stem op dit stukje te zingen.´ Dan laat ik het heel vrij. En dan gaan ze er opeens een tweede stem bij maken. Tijdens het repetitieproces ontstaat zo een arrangement. Dat is ook muzikale verantwoordelijkheid.

Ik vind dat teveel koren heel erg verwend worden door de dirigent die zo hard moet werken, en alles moet doen, terwijl een dirigent alleen zou moeten zorgen dat de zangers allemaal gelijk zingen, en zingen wat ze moeten zingen! De dirigent kan daar allemaal staan roepen, ‘ja en jullie moeten bewegen’, maar dat gaat niet gebeuren als de zangers denken: of ik nou hard zing of niet, dat maakt niet uit. Terwijl als de dirigent weg gaat, dan moeten zij het doen. Het is niet als in een piramide waar je de dirigent bovenaan hebt, en de koorleden onderaan, maar het is rond, en de dirigent staat ergens in de cirkel.”

Wat wil je met je onderzoek? Je hebt filmpjes, een digitaal boekje met oefeningen, een workshop, wat wil je daarmee doen?
“Dat is ehm… eigenlijk klaar om mee naar buiten te gaan. Wat ik kan doen, is workshops geven aan dirigenten zoals ik ook bij de Stichting Maestro heb gedaan. Of ik kan bij koren in de repetitie werken met koor én dirigent, als een soort van co-teaching. En daarnaast kan ik dat boekje digitaal verkopen.”

‘Ik kán…’?
“Je wilt zeggen: waarom doe je het niet? Ik ben nog een beetje… je moet eigenlijk een mooie website hebben, dan kun je koren daarnaar verwijzen. Het moet gewoon allemaal kloppen, ze moeten wel kunnen zien: waar gáát het over, wat kunnen we verwachten bij een workshop.
Ik denk ook dat je altijd eerst een workshop moet geven en dan zeggen: hé als je nou meer wilt zien, ik heb hier een boekje.”

Niet dat ze nu stil zit, integendeel. Inmiddels werkt ze bij drie koren en als muziekdocent op basisscholen. In haar werk valt haar het verschil op tussen volwassenen en kinderen als het gaat om bewegen tijdens het zingen.
“Kinderen denken er niet over na, en volwassenen denken er wél over na, die zijn ook niet meer gewend om te bewegen.”

´Het is geen dans´
La Haye ziet dat veel zangers erdoor in paniek raken, omdat ze bewegen associëren met dans. “Maar dans is een discipline en een kunstvorm.” Ze wil heel graag dat dirigenten zich heenzetten over hun schroom. Het toevoegen van beweging is misschien voor veel koren nieuw, maar, zegt La Haye met nadruk: het kan veel nieuwe mogelijkheden bieden. “Wees niet bang dat je niet aan beweging kunt werken als je koorleden aangeven dat ze niet kunnen dansen of stijf zijn, of belangrijker nog: als je zelf geen ervaring hebt met beweging. Bewegen kan iedereen, je moet het alleen willen.”

In haar ‘boekje’, zoals La Haye het zelf noemt – in feite een kant-en-klaar naslagwerk met ook theorie, met audio- en videofragmenten – beschrijft ze dus uitgebreid oefeningen die dirigenten gemakkelijk kunnen toepassen. Zij kunnen daar ook een opbouw in kiezen, zodat de zangers niet ineens voor een onaangename verrassing staan.
“Het is eigenlijk ook heel leuk, alleen, het is net hoe je het aanbiedt. Zelfs mensen in een rolstoel kunnen bewegen, ja misschien dan niet volledig maar ze kunnen wel bewegen. Dat is belangrijk om te beseffen.” Natuurlijk hebben sommige mensen meer gevoel voor beweging, erkent ze, maar iedereen zou het moeten kunnen. “Ik denk dat je met het idee ‘het is geen dans’ beter uit de voeten kunt. Niet iedereen kan dansen en wél iedereen kan bewegen!”

Emilie La Haye is muziekdocent, zangeres, koordirigent, vocal coach, arrangeur en choreograaf.
Contact: info@emiliemusic.nl
https://www.facebook.com/emilielahayemusic

Elisabeth Smulders is tekstschrijver, eindredacteur van De Pyramide en muziek- en muziek-op-schootdocent. https://www.facebook.com/gehrelsmuziekwijzer. www.elisabethsmulders.nl